Next Generation Twitter Onderzoek

Lees de uitslagen van mijn onderzoek (pdf)

Jongeren doen gewoon hun ding

Nooit eerder was het zo eenvoudig om getuige te zijn van de grappige, openhartige, ontroerende en soms confronterende gesprekken, dagboek-achtige kreten, vragen en live ontdekkingen van kinderen die opgroeien tot volwassenen.

Nieuwe woorden, nieuwe visies
en tot zelfreflectie uitnodigende eye-openers vliegen haast zonder onderbreking 24 uur per dag om je oren.

Sommige jongeren hebben ouders of docenten die al even intensief van de dienst gebruikmaken. Lezen ze over-en-weer met elkaar mee? En zo ja, remt dat dan de spontaniteit? Om daar inzicht in te krijgen, ben ik een onderzoek gestart.

Ik ben vooral benieuwd of jongeren tot 20 jaar zich minder vrij bewegen op Twitter, als hun ouder(s) of docent(en) hun tweets meelezen.

Lees de uitslag van dit onderzoek (pdf)

Verspreiden van het onderzoek is toegestaan. Gebruik daarvoor deze link: http://next.moriesbel.nl

Filmen met Marije en Siep

Weet je wat? We doen een filmpje

XS4ALL scoort in augustus voor de 15e keer achter elkaar de eerste plaats in de Providermonitor van de Consumentenbond. Ik werk voor dit bedrijf en het leek mij tijd voor een ludiek filmpje. Met een paar collega’s lukt dat best, ook zonder budget. Marije en Siep, die je ook in de TV-commercial ziet, werkten graag mee! » Bekijk (en verspreid) het filmpje op YouTube

En bekijk hieronder de TV-commercial van XS4ALL

Next Generation Twitter-onderzoek

Hoe ervaren jongeren het, als hun ouders of docenten ook actief zijn op Twitter?

Lezen ze over-en-weer met elkaar mee? Remt het de spontaniteit? Om daar inzicht in te krijgen, ben ik een onderzoek gestart. Heel basic, met 12 multiple-choice vragen in een webform. Ik ben vooral benieuwd of jongeren (tot 20) zich minder vrij zouden bewegen op Twitter, als hun ouder(s) of docent(en) hun tweets zouden lezen.

Medio september wil ik de antwoorden publiceren in een anoniem overzicht.

Ga naar het Next Generation Twitter-onderzoek

Ben je ouder dan 20? Lees de vragen van het onderzoek dan hieronder.

Ik vraag de username van de respondent en stuur daarna een bedankt-tweet, zodat ik weet dat de respons authentiek was. Behalve de leeftijd vraag ik verder geen persoonlijke informatie. De naam van het onderzoek is afgeleid van een “list” (lijst) bij mijn eigen Twitter-account: “Next generation“. Het idee voor dit onderzoek kwam voort uit een conversatie op Twitter met @w8eens. Thx! :)

Lees mijn artikel “Jongeren op internet… een ander zonnestelsel?” (pdf)

De 12 vragen van het Next Generation Twitter-onderzoek











































Die Middag Voor De Laatste Wedstrijd…

…fietste ik door het Vondelpark naar de Leidsestraat, met een camera. In het park was het nog niet zo druk, maar via de Leidsestraat stroomde Amsterdam vol met Oranjefans.

Vergeet ons verlies en fiets met mij mee, die middag waarop de wereld nog aan onze voeten lag. (HD)

Briesende have – deel 2 (slot)

Lees deel 1

Toen 1993 koud begonnen was, emigreerde ik naar La Gomera. Een klein eilandje ten zuiden van Tenerife, waar altijd de zon schijnt, maar met weinig toerisme. Ik had twee werkwoordrijtjes uit mijn hoofd geleerd (hebben en zijn) en dure woordenboeken gekocht. Verder zou ik me wel redden, dacht ik. Dat bleek aardig te kloppen. In het begin praatte ik met iedereen die me langer dan 2 seconden aankeek. Dat is wat overdreven maar je snapt wat ik bedoel. Elke dag leerde ik meer van de taal en van de op Zuid-Amerika gerichte cultuur. Toen we met een stel jonge gasten door een paar valleien zouden gaan lopen, speelde mijn taalachterstand me toch even parten. We spraken af om 12 uur. Omdat ze de letter S nauwelijks uitspreken, klonk dat als 2 uur. Ze hadden tot 13:00 op me gewacht en waren toen maar zonder mij vertrokken. Tegen tweeën kwam ik aanlopen en iemand vertelde me dat ze al een uur geleden weg waren gegaan. Ik besloot om dezelfde richting uit te lopen. Wat natuurlijk overmoedig was. Op de plek waar de bewoonde wereld ophield, rook ik ineens koeien

El matadero

Ik geloofde mijn eigen neus niet. “There ain’t no cows on La Gomera!”, schaterde ik tegen mezelf. Ik wilde weten waar de lucht vandaan kwam en wat bleek? Daar was het slachthuisje van de slagers. MATADERO stond in blokletters op de gevel. Ik kwam bij het toegangshek en zag ze staan: 6 sappige stieren.

Er was net een jongen bezig om een pas gedood varken schoon te schrobben. De huid werd gespoeld en met een vulkaansteen schoongeschuurd. Er kwam een man naar het hek. Of ik naar binnen wilde. Enthousiast liet hij alles aan me zien. Elke vrijdag arriveerden er een stuk of 6 stieren in de haven, om de dinsdag erna geslacht te worden. Daar kwam het rundvlees op het eiland dus vandaan. “Waarom niet?”, dacht ik, toen hij me vroeg of ik dinsdagochtend wilde komen kijken…

En zo stond ik op de vroege morgen van stierenslachtdag de routine van de slagers te bewonderen. Met laarzen aan. De gedoemde stier werd over de kleine patio de slachterij ingeleid. Dat was een kale ruimte met hijskettingen aan het plafond en bloedgoten in de vloer. Hij werd voor de zekerheid vastgezet aan een dikke pilaar in het midden. Een dolle stier, daar heeft immers niemand wat aan. Met een bijna charmante precisie joeg een van de slagers een speciale stierendolk in de nek, recht achter de kop. Op slag verlamd, zeeg de stier blazend ineen, waarna een andere slager een lang mes door het hart stak. Het ging allemaal vrij snel. De dood kwam vlak na de verlamming. Een deel van het dampende bloed werd opgevangen voor worst. Rrrrrrrrrsssss, klonken de kettingen als hij aan de poten werd opgetakeld. Met scherpe messen vilden en ontleedden ze het machtige beest. Het was een geoliede machine, zonder westerse haast.

Ze vroegen of ik het ook wilde leren. Ik vond het een eer en het leek me erg stoer. Trots nam ik de uitnodiging aan en ze legden me uit me hoe het moest. Het ging om precisie en timing, om kracht en focus en om afwezigheid van angst. Bam! Daar gingen ze. De een na de ander. Ik kreeg snel de slag te pakken. Dit was de natuur, zo voelde het. Doden, om het vlees te kunnen eten. Na een week of zes vond ik het wel genoeg geweest. Ik sloeg de ervaringen op als verrijking. Ik had een andere kant van mezelf leren kennen. En ik had vriendschap gesloten met een stel bijzondere mannen. Stoere mannen met een oud en universeel ambacht.

Het voorval met de Duitser

Er was op het eiland trouwens ook een über-romatische Duitser, die dacht dat hij hippie kon worden. Zijn plan om met zijn gezin op een afgelegen strand te gaan wonen en er te leven ‘van de zon en de zee’ liep natuurlijk op niets uit. Je zag dat zijn Spaanse vrouw en jonge kinderen eraan onderdoor gingen. Tegenspraak duldde hij niet. Ik had hem ontmoet in een bar en hij dacht dat ik als Nederlander als vanzelfsprekend kilo’s hash bij me droeg of tenmínste ergens had verstopt. Toen hij uiteindelijk weer in het dorp wilde gaan wonen, leende ik hem na veel gezeur de eerste maand huur. Die betaalde hij nooit terug. En werken, ho maar. In bars dronk hij op de pof. Overal. Op een avond was ik het zat. Ik nam hem mee naar het afgelegen strandje en doorzeefde hem. Later bleek dat hij het voorval overleefd had. Op de plek zijn 14 identieke kogelhulzen gevonden en ze hebben er maar 13 uit zijn lichaam verwijderd. Niet dat het me zoveel interesseert, maar het blijft natuurlijk vreemd.

Briesende have – deel 1

Vlak na mijn studie had ik wat extra geld nodig. Ik heb dat toen in 1 klap bij elkaar verdiend als hitman, met als nadeel dat ik daarna een tijdje moest onderduiken. Het was zomer 1992. Ik ben toen in Doetinchem verzeild geraakt. Ver van het wilde westen kon ik onopvallend een beetje aanklooien.

Nog af en toe denk ik aan de wekelijkse veemarkt. De plek waar boeren uit de hele omgeving samenkwamen om hun vee te verhandelen. Het had een betoverende aantrekkingskracht. Al die knoestige mannen die jaar-in-jaar-uit, door weer en wind zwoegden op het land en in hun stallen. Die aardappels rooiden en bij het kalven hielpen. Met handen als kolenschoppen en dikke sigarenstompen. Ze droegen grauwwollen sokken in hun klompen en ze spraken een weerbarstig dialect. De paarden, geiten, koeien en hun uitwerpselen roken sterk en stoer. Stevige koeien, forse stieren, vette dikbildames en knokige pinken. Soms briesend, dan weer lijzig herkauwend.

Er was één café waar de boeren traditiegetrouw hun handel administreerden. Café De Veemarkt. Altijd blauw van de rook. De vloer was van kaal hout en lag vol zand, mest, peuken. Er werd luid gepraat, veel gedronken en iedereen at er gehaktballen. Ik was er niet welkom, maar omdat ik er telkens toch weer aan de bar ging hangen, werd ik er geduld. Waarschijnlijk omdat ik kopstoten dronk – zodat ze zagen dat ik geen stille of ambtenaar was. Misschien omdat ik uitstraalde dat ze niet met me moesten dollen.

Van dat café, de gehaktballen, die noeste boeren en het loeiende vee ben gaan houden. For the time being. In 2001 is de veemarkt opgedoekt, na 23 jaar, na 1150 dinsdagen. Begin 1993 ben ik uitgeweken naar een ver subtropisch oord. Daar kwam ik weer in aanraking met stieren. Wordt vervolgd.

Opgelapt zaaltje, te schoon, met aandenken op de wanden

Lees deel 2

Webteksten? Schrijf met je kettingzaag!

We willen te veel vertellen en te weinig lezen. Dat is precies het probleem bij veel sites. Is dit voor jou herkenbaar? Ik geef je een paar snelle tips voor effectieve webteksten.

Bedenk eerst wat je wilt zeggen en noteer steekwoorden. Schrijf daarna alles op in hele zinnen. Maak dat eerst af.

Ga daarna aan de slag met je kettingzaag: inkorten en aanscherpen.

  • Maak je tekst actief
    Dus “De auto wordt gewassen door Siep” verandert in: “Siep wast de auto”. Vermijd “wordt… ge…” en “dient te worden ge…” zoveel mogelijk.
  • Inkorten
    Maak je zinnen niet langer dan 15 tot 20 woorden. Hak te lange zinnen in stukken. Maak alinea’s van maximaal 3 regels en gebruik kopjes.
  • Verplaats je in de bezoeker
    Zorg dat die kan scannen, dus in 1 à 2 seconden zien of je pagina relevant is. Bekijk je eindresultaat door de ogen van de bezoeker.
  • Check op taalfouten
    Haal altijd eventuele fouten uit je teksten. Laat je hierbij gerust helpen, mocht dat nodig zijn. Vooral spellingsfouten tasten het gevoel van betrouwbaarheid aan.

Ben niet bang dat je op deze manier te veel tijd in je webteksten steekt. Realiseer je maar eens hoe lang het daarna online staat ;-)

Deel dit via Twitter

L’Immortel (2010) – Verspild bloed droogt nooit op

L'Immortel (2010)Charly Matteï (Jean Reno) is uit de Marseillaanse maffia gestapt en leeft comfortabel met zijn vrouw en  twee kinderen. De film is gebaseerd op ware gebeurtenissen. Echt afscheid nemen van zijn maffiaverleden lijkt aanvankelijk goed te lukken… Drie jaar later wordt Charly toch doorzeefd met kogels en voor dood achtergelaten in een parkeergarage. Hij overleeft de aanslag wonder boven wonder. En hij zint op wraak. “Verspild bloed droogt nooit op.”

Jean Reno – al schitterend in Leon (1994) en in een eindeloze rij andere films – komt in deze nieuwste van regisseur Richard Berry niet volledig uit de verf. Het lijkt allemaal wat te zwalken langs een medium-spannende verhaallijn en ook enkele goedbedoelde grapigheden vallen niet echt op hun plek. En dan de hele film lang diezelfde muziek, jammer. De beelden van Marseille zijn mooi. Het handjevol achtervolgingen is best fijn en er wordt prettig geschoten. De spanning rijst echter niet uit de pan. L’Immortel blijft leuk om gezien te hebben, niet meer, niet minder. Vanaf 11 mei in de bioscoop.

TRAILER

L’Immortel – 2010, Frankrijk – 118 minuten – Regie: Richard Berry – Met: Richard Berry, Jean Reno, Kad Merad, Marina Foïs, Fani Kolarova

L’Immortel – officiële website

Facebook, *zucht*

Facebook vind ik “een achterhaald concept” *kuch*.

Ik denk dat Twitter Het Is. Twitter is ook: nu, hier, overal, inclusief foto’s, filmpjes en bijna universeel nieuws van nu, hier en overal. En niet van vorige week of gisteren. Ik ben meer een Twitterpersoon. Misschien is dat (voor mij) de reden waarom ik Facebook ervaar als passé, voorbij, laat. Een beetje achterhaald. Ondanks alle opties zoals uitnodigingen voor events of foto’s taggen. Leuk, maar voor hoe lang nog?

Het concept van een lange rij belevenissen met of zonder plaatjes en video’s, dat boeit me niet meer zo. Ik wil liever flarden opvangen van iedereen, bekenden én onbekenden. Soms met foto’s, video’s of links en altijd maximaal 140 tekens. Snel, scherp, stromend en fluïde. Onbeduidend en ondoordacht en ook vernieuwend, origineel, ad rem. Alles tegelijk, direct als ik mijn twitter-app open.

Toch houd ik mijn Facebook-account in leven. Om aangehaakt te blijven met mensen die niet twitteren. Dat vooral, denk ik.

Twitter blijft. Facebook, hm, may be… Dat denk ik.

Waarom Zachte G Harde L een carnavalshit is

Jos van Oss scoort ‘m recht in de roos met Ik heb een zachte G maar ook een harde L.

Mimiek

Jos strooit pareltjes in het rond met trekjes in zijn gezicht en bewegingen van zijn lichaam. En dan heb ik het niet over de kunstmatige “harde L” die in zijn broek hitst. Voorbeelden doen het allemaal wat tekort, maar allé… De typische manier waarop hij zijn lippen samenperst na het trekje aan zijn joint, hoe hij gehypnotiseerd in de camera staat te kijken, of z’n ons-kent-ons contactmakerij, daar spat het gewoon vanaf.

Carnavalsironie

Misschien moet je van oorsprong uit “Het Zuiden” komen, om het echt te voelen. Het is een soort culturele bagage die je als kind meekrijgt. Geloof me. Die hele ironie van echte carnavalshits zit in de vezels van zo’n nummer en gaat om meer dan wat je aan de buitenkant ziet. Natuurlijk trekt hij een neus naar brabobashers en ja, die “harde L” slaat ook op een erectie, maar achter deze lolbroekerij zit nóg een laag. Die carnavalsironie, die voel je of die voel je nie(t). New Kids bijvoorbeeld, die hebben die ironie dus weer niet. Die zijn gewoon plat en dat is dat. Moet je van houden.

Bovensloters

Ik kan het niet uitleggen, al heb ik het vaak geprobeerd. Volgens mij is dat waar het vaak misgaat. “Je klem zuipen en aan iedereen zitten die je leuk vindt”, dat kan toch nooit een vierdaags volksfeest zijn? Tuurlijk niet! Al lijkt het daar van buitenaf gezien volgens sommige mensen van boven de rivieren toch sprekend op. In ieder geval ben ik blij dat ik carnavalsgenen heb gescoord bij mijn geboorte in Breda. Na jaren onthouding, ga ik in 2011 (elf!) weer carnaval vieren. Ook Jos van Oss heeft me opnieuw aangestoken, dat geloof ik welll. Ach ja…

Kijk dan: